Training van Honden

Welkom op Training van Honden

Hoe leren honden eigenlijk?
Honden leren net als mensen vaak door middel van associatie.
Door telkens ‘goed zo’ te zeggen en een brokje te geven als de hond zit, leert de hond dat hij door te zitten, iets lekkers krijgt. Doordat we er telkens ‘zit’ bij zeggen leert de hond wat zitten is.
Dit is een positieve manier van leren.

Leren door associatie kan ook gebeuren met een negatieve ervaring. Als wij bijvoorbeeld onze vingers aan een hete kachel branden, letten we de volgende keer beter op als we daarbij in de buurt komen. Zo werkt dit ook bij honden.

Leren door associatie wordt ook wel: conditioneren genoemd. Er zijn twee verschillende vormen van conditioneren. Klassiek conditioneren en operant conditioneren.

Klassiek Conditioneren
Bij klassiek conditioneren (waar de a van actief in zit) is de trainer zelf actief bezig.
Zoals bij de oefening ‘zit’. Met een brokje lokken we de hond in de positie waarin we hem willen hebben, als hij die positie gehaald heeft, belonen we hem pas.
De baas is dus actief bij deze vorm van trainen, we lokken de hond in de positie waarin we hem willen hebben.
Soms is in 1 keer het behalen van de gewenste positie niet haalbaar. We breken de oefening dan in kleine stukjes en belonen bij ieder klein stukje wat we behaald hebben, pas dan gaan we verder met het volgende stukje, dit noemen we shapen.

Operant Conditioneren
Bij operant conditioneren (waar de p van passief in zit) is de trainer zelf passief, die doet niets, maar wacht alleen af. De trainer wacht net zo lang totdat de hond een gedraging laat ziet die de trainer graag wou zien. Op het moment van dat gedrag laat de trainer een geluidje horen, bijvoorbeeld de klik. Na de klik volgt wat lekkers. De hond gaat uit zichzelf het gedrag wat beloond werd met een klik en wat lekkers, vaker laten zien, waarna je er een commando aan kan koppelen.
Omdat de hond zelf veel moet nadenken is het belangrijk om altijd te beginnen in een prikkelarme omgeving, zoals de woonkamer.
Alle oefeningen worden dus altijd eerst ingetraind in de woonkamer, waar er weinig tot geen afleiding is!

Stapjes
Net zoals wij leert een hond niet in 1 keer een hele oefening. Je breekt de oefening altijd op in stapjes. Bedenk eerst wat uw einddoel is en bedenk dan de tussenstapjes om daar te komen. Als bijvoorbeeld de oefening 'af' niet in 1 keer lukt met een brokje aan de neus naar beneden, dan kun je al gaan belonen voor het volgen met de neus van het brokje. En daarna voor het naar de grond kijken, daarna voor de grond aanraken met de neus, of voor 1 poot op de grond leggen, enzovoorts.
Voor iedere hond kunnen de stapjes anders zijn. Het aanleren van een oefening door middel van stapjes noemen we ook 'shapen'.

Belonen
Om de hond te laten weten dat hij iets goed heeft gedaan geven we hem een beloning.
Let hierbij goed op waarmee u beloont! De beloning is pas een beloning als het ook een beloning voor de hond is!!
Voor veel honden is een aai over hun bol of een vriendelijk woord helemaal geen beloning, maar heel normaal. Bedenk dus altijd een aantal dingen die voor uw hond een beloning zijn. Dit kan zijn voer, maar ook bijvoorbeeld even spelen met de baas. Bedenk zo’n vijf dingen die voor uw hond een beloning zijn.

Omgeving
Een hond leert in stapjes, telkens als hij een stapje onder de knie heeft, gaan we een stapje verder. Dit noemen we de trap van gedrag.
Bij het aanleren van een oefening heb je altijd te maken met deze stapjes, maar u heeft ook te maken met de omgeving. De hond kan misschien heel goed zitten op commando in de woonkamer, maar buiten op het speelveldje is dit een hele andere situatie! De hond moet daar weer de zit leren.
Als de situatie waarin u traint veranderd kunt u twee dingen doen: of een stapje omlaag in de trap van gedrag, of de beloningswaarde aanpassen. De hond gaat voor zijn eigen voer thuis wel zitten op commando. Komt u op cursus, dan zijn er zoveel dingen om hem heen die hem afleiden, dat de beloningswaarde aangepast moet worden om zijn aandacht erbij te houden. Neem daarom verschillende soorten voer mee naar de cursus.
Wij gaan ook dagelijks naar ons werk en doen dit voor een vast salaris. Moeten wij dezelfde werkzaamheden plotseling in een heel andere omgeving uitvoeren, dan presteren wij ook minder goed. Krijgen wij voor die uren in de andere omgeving meer betaald, dan is onze motivatie om ons te concentreren een stuk hoger, waardoor er betere resultaten worden geleverd.
Een hond leert dus een bepaalde oefening in een bepaalde omgeving. Vraag je dezelfde oefening in een andere omgeving, dan herkent de hond de oefening niet meer.
Na in ongeveer vijf verschillende soorten omgevingen hetzelfde te leren, gaat de hond generaliseren en snapt hij dat zit binnen, dezelfde zit is als die bij de stoeprand en die bij Oma thuis.

Stresssignalen
Voor goede trainingsresultaten is kort oefenen het beste. Hou het bij 1 soort oefening per sessie en maak die sessie niet langen dan vijf tot acht minuten. Dit is de tijd die honden zich kunnen concentreren op 1 taak.
Als u een nieuwe oefening aanleert begin dan ook altijd in een zo rustig mogelijke omgeving, zoals binnen in de woonkamer.
De hond kan bij teveel stress de volgende gedragingen gaat vertonen:
- Krabben
- Gapen
- Uitschudden
- Bek likken
- Tongelen
- Hijgen

Een keer krabben of een keer gapen is helemaal niet erg. Een mate van stress is nodig om te leren. Ziet u dat de hond dit gedrag een paar keer herhaalt, dan bent u eigenlijk te lang door gegaan met trainen of is de oefening te moeilijk. De hond begrijpt het niet meer.
Ga dan een stap terug in de oefening en sluit altijd positief af. Hou er voor de volgende keer rekening mee, dat u niet te lang doorgaat of te grote stappen neemt.
Als u doorgaat met trainen terwijl het stressniveau van de hond hoog is, bereikt u daar ook niets mee. Bij een hoog stressniveau blokkeert het leervermogen en leert de hond alleen maar dat trainen niet zo leuk is. Stop daarom op tijd.

De clicker
Er zijn vele manier van honden trainen. Sommige trainingen werken met veel lekkers en brokjes, andere trainingen werken met alleen maar de beloning van de stem. Dan zijn er cursussen die geen beloning gebruiken, maar straf als een hond iets niet goed doet. Dit kan variëren van een ruk aan een slipketting tot het een schok van een stroomband.

Trainen op een negatieve manier

De laatste tien jaar is er een grote ommekeer geweest in ‘honden opvoedland’.
Tot ongeveer begin jaren ’90 was niet anders bekend dan dat honden werden getraind met behulp van een slipketting. Een slipketting is gemaakt van allemaal metalen schakeltjes. Van de ketting wordt een lus gemaakt in de vorm van een P. Deze ketting krijgt de hond om. Als de hond nu iets doet wat niet mag, wordt er een ruk aan de ketting gegeven. Dit zou de beet van een andere hond in de nek moeten symboliseren.
De slipketting werkt wel om honden iets te leren. Alleen heeft het ook bijeffecten die schadelijk zijn voor de hond.Allereerst leert de hond dingen niet te doen, om geen pijn te hoevenhebben. Is de lijn af, dan luistert de hond stukken minder goed, je kunt hem op dit moment namelijk niet meer corrigeren. Een hond heeft dit heel snel door.
De hond wordt ook veel vaker gecorrigeerd dan hij normaal door een andere hond gecorrigeerd zou worden. Een andere hond zou niet corrigeren voor niet netjes naast lopen, of niet zitten bij de stoeprand. Het grootste nadeel is toch wel dat honden er agressief gedrag van kunnen gaan vertonen. Telkens als de hond gecorrigeerd wordt, voelt hij pijn.
Veel honden trekken aan de lijn om bij andere mensen of andere honden te komen. Telkens als deze hond een andere hond ziet en er graag naar toe wil, voelt deze hond de pijn in zijn nek van de slipketting.
De hond heeft niet door dat wij dit doen. Hij leert alleen: ‘telkens als ik een andere hond zie (of een ander mens) krijg ik pijn in mijn nek’. De hond gaat denken dat die andere honden of mensen die pijn veroorzaken en gaat agressie vertonen om deze honden of mensen op afstand te houden. Trainen met een slipketting heeft vooral meer nadelen dan voordelen.

Daarnaast is uit diverse onderzoeken inmiddels gebleken dat honden die met fysiek geweld worden opgevoed minder gehoorzaam zijn dan honden die op een positieve manier zijn opgevoed. De met slipketting getrainde honden zijn vaker onzeker en vertonen vaker agressie. Zij hebben minder vertrouwen in hun baasjes in vergelijking met de positief getrainde hond.
Kortom: genoeg redenen om geen gebruik te maken van middelen als de slipketting.

Trainen op een positieve manier

In de loop van de jaren ’90 is de manier van trainen veranderd. Vanuit Engeland kwam de ‘obedience-methode’ in Nederland. Deze methode houdt in dat gewenst gedrag beloont wordt.
Met een koekje of snoepje wordt de hond beloont als hij het gewenste gedrag laat zien.
Deze methoden trok vooral veel mensen met huishond die het straffen met de slipketting erg vervelend vonden. Het belonen van het gewenste gedrag werkte goed, maar het bleek meer tijd te kosten om de hond een bepaald commando te leren dan met de slipketting. Er waren zo’n 16 lessen obedience nodig om het zelfde niveau te behalen als met tien lessen slipkettingtraining. Honden waren tijdens de training wel meer ontspannen.
De reden dat obediencetraining meer lessen nodig heeft is omdat de timing veel minder precies is, dan bij slipketting training. Het moment dat de hond iets fout doet, krijgt hij meteen een correctie. De hond legt het verband daardoor heel snel.

Met obediencetraining wordt beloond op het moment dat gedrag goed wordt uitgevoerd. Neem de oefening ‘zit’. De kreeg het commando ‘zit’, waarop hij ging zitten, de trainer pakt het snoepje en dus staat de hond op, waarop de trainer zegt: ‘nee, zit!’. Let op dat de hond het commando zit nog aan moet leren! De hond gaat uiteindelijk weer zitten en de trainer pakt het snoepje, de hond komt omhoog, het snoepje gaat weer weg en de hond krijgt te horen: ‘nee, ik zei zit!’. De hond begrijpt er niet veel meer van en blijft staan. Waarop de trainer zegt: ‘zit! Zitten nu! Zit!’. Als de hond nog niet reageert: ‘ga nou zitten, zittttttt’ en ‘Bellooooo zitttttt’.
De hond gaat zitten en krijgt eindelijk zijn beloning. Waarvoor hij die nu precies gekregen heeft, begrijpt hij nog niet. Ook het commando is nog niet tot hem doorgedrongen, hij heeft er namelijk diverse gehoord: zit, zitten, zitten nu, zitttt, ga zitten, Bello zit, ik zei zit. Deze training is dus positief, maar niet altijd zo duidelijk.
Met het goed sturen van de hond, het commando op het juiste tijdstip geven en de beloning op tijd te geven gaat het wel al een stuk beter.

Ontstaan van Clickertraining

De clickertraining is oorspronkelijk ontstaan voor het trainen van dolfijnen.
Een dolfijn trainen vraagt wat aanpassingen, straffen van een dolfijn als hij iets niet goed doet is erg lastig, een slipketting is geen optie en hoe krijg je een dolfijn dan zover dat hij in het midden van het basin door een hoepel heen springt door hem te straffen als hij dat niet doet?
Toen is er bedacht om dolfijnen te trainen door middel van een fluitje. Als het fluitje gaat, krijgt de dolfijn een vis, de beloning voor de dolfijn.
De trainer zet een grote emmer met vis neer en heeft in het basin een dolfijn. De dolfijn blijft aan het randje van het basin, want die ruikt vis! De trainer reageert echter totaal niet. De dolfijn blijft even opletten, maar als er dan niet gebeurt, zwemt hij maar weg. Op dat ogenblik fluit de trainer, waarop de dolfijn komt terugzwemmen voor zijn vis.
De dolfijn blijft weer even hangen, er wordt blijkbaar toch vis uitgedeeld! Er gebeurt niet meer en de dolfijn zwemt weer weg en weer op dat moment fluit de trainer en krijgt de dolfijn weer een vis. De dolfijn begint het door te krijgen, moet ik soms wegzwemmen om een fluit en dus een vis te krijgen? De dolfijn gaat proberen en zwemt weer weg, weer is daar die fluit en de vis! De dolfijn heeft uitgevonden wat er van hem verwacht wordt.
De trainer heeft de dolfijn geleerd weg te zwemmen, en kan hier nu commando aan ga koppelen.
De volgende stap is om de dolfijn te leren verder weg te zwemmen tot in het midden van het basin. Dit doet de trainer door niet meer te fluiten voor een paar meter wegzwemmen, dit zet de dolfijn weer aan het denken. Hij zwemt een paar meter weg, maar er gebeurt niets! De dolfijn gaat daarop ander gedrag laten zien, komt misschien een keertje terugzwemmen, zwemt dan weer weg, met extra nadruk, om goed op te vallen, als de dolfijn ook maar een meter verder zwemt dan voorheen, gaat de fluit en krijgt de dolfijn weer een vis. Zo wordt het gedrag van de dolfijn uitgebouwd, we noemen dat gedrag ‘shapen’.
Om de dolfijn zover te krijgen dat hij in het midden van het zwembad een sprongetje maakt, wacht de trainer tot de dolfijn ver genoeg is weggezwommen, maar fluit dan niet. De dolfijn snapt hier niets van! Wat hij deed leverde hem net nog een vis op! Maar de trainer weet, dat er altijd een gedrag volgt. De dolfijn wil goed laten zien dat hij daar midden in het zwembad is, zodat hij zijn fluit en dus zijn vis krijgt. Het eerste gedrag dat de dolfijn daar in het midden laat zien, wat lijkt op een sprongetje, is daarom een meteen een fluit en dus een vis waard.
Op deze manier worden dolfijnen nu al tientallen jaren getraind.
In Amerika is deze training eind jaren ´90 omgezet in een training voor honden. In plaats van een fluit is er gekozen voor een ´click´ als geluid. De clicker is een plastic houdertje met daarin een stukje metaal wat ingeduwd kan worden. Als je het metaal induwt dan hoor je een klik, vandaar de naam: clicker.


De clickermethode

De clickermethode houdt in dat de hond getraind wordt met een clicker in plaats van met de fluit die bij dolfijnen wordt gebruikt. De hond krijgt ook geen vis, maar iets wat voor de hond een beloning is, zoals een hondensnoepje .Het geluidje van de clicker word voor de hond een voorbode voor iets lekkers.
Uw hond leert dus heel snel dat het gedrag wat hij laat zien op het tijdstip dat hij het
geluidje hoort, gedrag is wat beloont zal worden!

Het intrainen van de clicker

Uiteraard weet uw hond niet meteen dat de klik die hij hoort betekend dat hij wat lekkers krijgt. Daarom gaat u eerst het geluidje aan het lekkers koppelen. Dat doet u als volgt:
- Lijn uw hond aan en pak een bakje met brokjes.
- Ga op een stoel of op de bank met uw hond voor u zitten.
- Klik en geef de hond wat lekkers.
- Herhaal dit achter elkaar zo’n tien tot vijftien keer.
- Doe dit een uurtje later weer.
Al snel zult u zien dat nadat u een klik heeft gegeven, uw hond opkijkt naar u met een blik van ‘waar blijft mijn brokje?’. Op dat moment is de clicker ingetraind en kunt u ermee aan de slag.
Vanaf nu is het dan ook zo, dan na iedere click ook echt een brokje volgt. Er mag maximaal tien seconden zitten tussen de click en het brokje, de hond koppelt de twee binnen de tien seconden alsnog aan elkaar.

De clicker gebruik je alleen voor het aanleren van een nieuwe oefening. Als een hond een commando heel goed begrijpt hoef je niet meer elke keer te klikken. Toch moet je af en toe belonen, want gedrag dat helemaal niet meer beloont wordt, dooft uit. Als je baas je salaris niet meer stort, ga je ook niet meer naar je werk.

Werken voor eten

Het is de bedoeling dat de hond gaat werken voor zijn eten. Hij krijgt zijn voer niet meer uit de voederbak. Voer kan de hele dag door op verschillende tijdstippen verdient worden. Dit gaat verveling tegen en je hebt de aandacht van je hond. Hij wil graag eten en volgt jouw aanwijzingen om zijn eten te verdienen. Heeft een hond geen trek? Dan heeft het ook geen zin om te trainen. Als wij genoeg geld hebben, gaan we ook niet werken, in ieder geval niet hard. Je hond is als het ware ‘Miljonair’, om met hem te gaan trainen moet je hem ‘failliet’ verklaren, zodat hij voortaan wel voor je wil werken.
Het moeten werken voor eten is heel natuurlijk, de hond is in het verleden niet anders gewend. Heel veel honden vandaag de dag vervelen zich, omdat er te weinig gebeurt waarmee ze ook hun hersenen moeten gebruiken. Door een hond te laten werken voor zijn eten, dat kan door middel van trainen of bijvoorbeeld met zoekspelletjes, wordt de hond ook geestelijk moe en heeft u een tevreden hond die zich niet verveelt.


Wat oefeningen uitgewerkt

Zit

Doel van de oefening:
De hond gaat zitten als het handgebaar voor ‘zit’ gegeven is.
De hond kan 30 seconden blijven zitten op de plaats waar hij is neergezet.

Uitgaanspunt van de oefening:
De hond staat voor of naast je.

Stappenplan:
1.
Hou een gevulde hand met brokjes voor de neus van de hond en laat hem ruiken.
Terwijl de neus van de hond aan je hand zit vastgeplakt, trek je de hand iets naar boven over de neus van de hond heen.

2.
Omdat de neus van de hond achter de hand aangaat, valt hij met zijn achterkant op de grond. Dit is het moment van klikken en belonen.

3.Als dit goed gaat, probeer met je hand dan een zwaaibeweging te maken voordat de hond gaat zitten.

4.Gaat dit goed, blijf dan recht overeind staat en geef het signaal voor zit.

5.Klik als de hond zit.

6.Stel de klik een paar seconden uit en maak dit steeds langer.

7.Klik heel onvoorspelbaar, soms na vijf, soms na tien en dan weer na drie seconden.

Eventuele problemen:
De hond blijft staan en loopt achteruit:
Let erop dat je de hand zo dicht mogelijk op de neus van de hond is. De neus moet haast vastgelijmd zitten aan je hand. Beweeg de hand niet te ver naar achteren en beweeg langzaam. Het is handig om de hond hierbij aan de riem te houden.

Af

Doel van de oefening:
De hond gaat liggen op het handsignaal voor ‘af’.
Later moet de hond 30 seconde kunnen blijven liggen.

Uitgaanspunt van de oefening:
In eerste instantie zit de hond naast of voor je.
Later kan deze oefening ook vanuit een staande positie geoefend worden.

Stappenplan:
1.De hond zit voor je, hou je hand gevuld met brokjes voor de neus van de hond en beweeg je hand langzaam naar beneden. Zodra de hond gaat liggen klik je en geef je een brokje.

2.Gaat de hond zo probleemloos liggen, hou je hand dan leeg en beloon als de hond gaat liggen met een klik en een brokje.

3.Pak nu weer brokjes in je hand, laat je hond even ruiken en geef handsignaal voor af, eindig met je hand achter je enkel. Beloon je hond als hij blijft liggen door telkens met een brokje achter je enkel vandaan te komen. Gaat dit goed, dan stap 4.

4.Pak brokjes in je hand, laat je hond even ruiken en geef handsignaal voor af, eindig met je hand achter je scheenbeen. Gaat dit goed, dan stap 5.

5.Pak brokjes in je hand, laat je hond even ruiken en geef handsignaal voor af, eindig met je hand achter je knie. Gaat dit goed, dan stap 6.

6.
Pak brokjes in je hand, laat je hond even ruiken en geef handsignaal voor af, eindig met je hand achter je dijbeen. Gaat dit goed, dan stap 7.

7.Blijf rechtop staan en geef het handsignaal voor af. Wacht enkele seconden en klik dan pas en geef de beloning. Bouw deze seconden uit.

Eventuele problemen:
De hond blijf zitten of gaat telkens staan.
Heb geduld! Hou je hand stil op de grond en haal deze niet te ver naar voren.
Je kunt al klikken voor tussenstapjes zoals 1 poot liggend op de grond.

Alternatieve methode:
1.Ga op je hurken zitten en strek 1 been voor je uit. Lok je hond onder je been door met brokjes. Zodra je hond gaat liggen, klik en beloon.

Wandelen zonder trekken

Doel van de oefening:
De hond loopt met de baas mee zonder deze te hinderen en zonder te trekken aan de lijn.

Uitgaanspunt van de oefening:
De hond staan naast je.

Stappenplan:

1.Loop met je linkerbeen weg en nodig je hond uit te volgen.

2.Trekt je hond aan de lijn, draai dan resoluut 180 graden om, of sta je helemaal stil.

3.Loopt je hond netjes naast je, klik dan regelmatig en beloon hem.

4.Praat tegen je hond als hij netjes naast je loopt en op jou let.

Eventuele problemen:
Mijn hond ziet alles, behalve mij:
Hou voer voor de hond zijn neus en lok hem met je mee. Beloon hem in het begin heel vaak. Neem eventueel iets anders lekkers.
Bouw dit langzaam af en haal je hand af en toe weg.
Begin met achteruit lopen.

Volg

Doel van de oefening:
De hond loopt naast het linkerbeen van de baas.
De hond trekt niet en kijkt regelmatig naar de baas.

Uitgaanspunt van de oefening:
De hond staat links naast je, of zit links naast je.

Stappenplan:
1.Hou je rechterhand vol brokken op de neus van de hond. Jouw hand en de neus van de hond zijn haast een. Loop achteruit en hou je hand op de hoogte van de neus van de hond. Hij kan je makkelijk volgen. Klik en beloon regelmatig. Loopt je hond zo helemaal goed mee, dan stap 2.

2.Hou je rechterhand vol brokken gestrekt naast je. Je hand zit even hoog als je schouder. Zodra je hond opkijkt naar jou of je hand klik en beloon je. Zorg dat je de hand hoog genoeg houdt, zodat de hond niet gaat springen. Je loopt dus nog achteruit. Gaat dit goed, dan stap 3.

3.Hou je hand op dezelfde plaats, maar draai je lichaam bij zodat je vooruit kan lopen en je hond links naast je loopt. De hand met brokken is nog steeds boven zijn neus. Gaat dit goed, ga dan naar stap 4.

4.Haal je hand regelmatig weg door hem over je buik naar je rug te schuiven. Echt over je buik, anders gaat de hond voor je lopen. Beloon regelmatig.

5.Loop vooruit weg met het handsignaal volg. Beloon regelmatig en bouw dit langzaam af.

Tips:
Hou de oefening kort!
Zorg dat je deze oefening, net als zit en af, regelmatig, maar kort oefent. Hiermee hou je het leuk. Dus regelmatig vijf minuutjes eerst binnen, dan buiten voor de deur, dan pas ergens anders.
Geef de hond ‘vrij’ als je klaar bent met volgen.
Je kunt het volgen nog niet de hele wandeling vol houden, dan gaat de lol er gauw af. Hoeft je hond niet te volgen, zeg dan vrrrrijjj. Hij gaat dit heel snel koppelen aan het lekker snuffelen.

Hier komen met Toverwoord

Doel van de oefening:
Als de hond geroepen wordt in moeilijke situaties, komt hij meteen terug.
In alle andere gevallen roep je de hond met zijn naam en eventueel daar achteraan ‘hierrr’.

Uitgaanspunt van de oefening:
De hond wordt door iemand anders vastgehouden.

Zorg dat je iets heel lekkers hebt voor de hond wat hij alleen krijgt bij het hier komen.
Verzin een heel vrolijk woord om je hond mee te roepen bijvoorbeeld: Kanjer, Moppie, Feestje, Biertje, Doetje enzovoorts.

Stappenplan:
1.Werk het liefst met twee mensen. 1 iemand houdt de hond vast dit is baas 1, de ander roept de hond, dit is baas 2. Baas 2 laat het eten ruiken aan de hond en loopt een paar meter weg.

Baas 2 roept de hond met het speciale woord en baas 1 laat de hond los. Zodra de hond opkijkt naar baas 2, klikt baas 2 meteen. Als de hond bij de baas is, dan belonen met het extra lekkers. Gaat dit goed, dan ga je de klik uitstellen tot de hond bij je is. Gaat dit helemaal goed, dan stap 2.

2.Hetzelfde als stap 1, alleen nu heeft baas 1 gewone hondenbrokken in zijn hand en laat deze ruiken aan de hond. Zodra baas 2 de hond roept met het speciale woord, haalt baas 1 de hand weg. Zodra de hond kijkt naar baas 2, klikt baas 2 en beloont de hond met het extra lekkers. Ook hier stel je de klik uit als het goed gaat. Gaat dit goed, dan stap 3.

3.Baas 1 laat de hond nu niet alleen het gewone hondenvoer ruiken, maar de hond mag er ook van eten. Baas 1 zorgt wel dat hij altijd nog brokken over houdt in de hand! Zodra baas 2 weer het speciale woord roept, haalt baas 1 zijn hand met brokken weg. Baas 2 klikt weer zodra de hond aanstalten maakt om te komen en beloont de hond met extra lekkers. Stel daarna de klik uit, tot de hond bij de baas is. Gaat dit goed, ga dan naar stap 4.

4.Baas 1 heeft nu geen gewone brokken meer, maar ook iets heel erg lekkers en laat de hond hier alleen nog maar aan ruiken. Baas 2 roept de hond met het speciale woord, baas 1 haalt dan de hand waaraan alleen geroken mag worden weg. Zodra de hond aanstalten maakt om naar baas 2 te gaan, klikt hij en de hond krijgt extra lekkers. Ga de klik weer uitstellen. Gaat dit goed, dan naar stap 5.

5.Baas 1 heeft het extra lekkers en de hond mag hier ook van eten. Baas 1 houdt wel altijd eten over in de hand. Zodra baas 2 roept, haalt baas 1 de hand met lekkers weg. Zodra de hond aan komt rennen naar baas 1, klikt hij en beloont hij de hond met extra lekkers. Ga de klik uitstellen totdat de hond helemaal bij je is.

Tips:
Gebruik deze oefening niet te vaak!
Hou het leuk en train deze oefening 1 keer per dag. Gebruik hem nog niet buiten, alleen in noodgevallen of als je hond lekker aan het spelen is, maar je toch echt weg moet. Zo gaat de ‘kracht’ niet van het woord af.

Oefen met verschillende soorten extra lekkers.


Blijf

Doel van de oefening:
De hond blijft zitten of liggen terwijl de baas vijf meter weg loopt en daar even blijft wachten.

Uitgaanspunt van de oefening:
De hond zit of ligt.

• Deze oefening bestaat uit twee delen. Train eerst deel 1 goed in, voordat je aan deel 2 begint.


Stappenplan Deel 1:
1.Zet je hond met de riem vast aan een paal of aan iets in de woonkamer.

2.Loopt drie stappen weg en draai je rug toe naar de hond. Gebruik een ander persoon of een spiegeltje om op te letten of je hond gaat zitten of liggen.

3.Zodra je hond gaat zitten of liggen, klik je, draai je om naar de hond, loopt naar hem terug en geeft hem wat lekkers.

4.Herhaal dit maximaal 4 keer. Let op dat je pas terug gaat als je hond is gaan zitten of liggen. Je hond leert: mijn baas komt pas terug als ik rustig zit of lig.

In het begin kan het best lang duren voordat je hond doorheeft dat hij moet gaan zitten of liggen, toch volhouden, desnoods ga je zelf op een stoel zitten.
Blaft je hond heel erg veel, ga dan eerst terug als je hond stil is. Of hij zit of staat of ligt is dan pas de volgende stap waar je aan gaat werken.

Oefen altijd op dezelfde plek in een rustige omgeving zoals de woonkamer.

Stappenplan Deel 2:
1.Begin pas aan dit deel als je hond al automatisch gaat zitten of liggen als je hem op dezelfde plek in de woonkamer vast zet. Je hond moet het eerste deel van dit ‘spelletje’ al goed doorhebben om aan het tweede deel te kunnen beginnen.

2.Zet je hond op dezelfde plek vast en geef hem het commando zit of lig.
Loop weg van je hond, twee passen en kom direct weer terug, klik en beloon je hond.
Als je hond opstaat terwijl je nog niet geklikt hebt, draai dan meteen je rug naar hem toe en ga pas terug naar je hond als hij weer is gaan zitten of liggen.

3.Bouw het aantal passen dat je bij je hond weg kan lopen uit tot ongeveer zes stappen.

4.Blijf daarna op die afstand even staan en loop dan pas terug. Bouw dit op tot ongeveer dertig seconde.

Tips:
Zorg dat het rustig is waar je dit traint.
Zet je hond altijd op dezelfde plek vast.
Loop nooit eerder terug, dan dat je hond is gaan zitten of liggen.
Hou het kort en daardoor leuk.
Ga na het blijven even iets anders doen, bijvoorbeeld spelen met de bal. De blijf is een best spannende oefening voor een hond. Zorg daarom dat hij daarna kan ontspannen.






Afbeeldigen

125 Leden

Club Agenda

Geen aankomende agenda items gevonden.

Over Training van Honden !

Eigenaars en mods: Margje & Biko (eigenaar)
De laatste activiteit was op zondag 29 april 2012 om 16:42
Deze club is aangemaakt op maandag 22 november 2010 om 18:57.

-----
Home | Registreren |